Groeipijn

Groeipijn

Opinion -

Het hoeft niet veel te zijn. Een bekende blik, een vervaagd verkeersbord. Houten borden met afbladderende affiches van de lokale jeugdbeweging. De nauwelijks waarneembare geur van appelmoes, hoe nat gras ruikt, het parfum van het leven dat ik achterliet, had kunnen hebben. Vijf verschillende tinten oranje, ontluikend in de nerven van een stervend blad en in de lucht geschilderd als het duister intreedt. Het bonzende ritme van een top 40 lied uit 2000 weergalmend uit de autoradio, flirtend met mijn trommelvlies. Herinner me, herinner me. De frons tussen de borstelige wenkbrauwen van mijn vader als hij met zijn vinger over de krantenkoppen gaat, zijn haar bijna helemaal grijs geworden. De slingerende, met onkruid begroeide wegen die me begroeten als een oude vriend. Schrille, hoge kippenveltonen als de blauwe poort naar mijn huis schokkerig opent alsof het twijfelt of ik daar nog wel hoor. Een eenzaam, versleten jurkje met strik in mijn oude garderobekast, een pronkstuk naast lege kledinghangers. Bekende gezichten die me groeten als ik langsloop en waar ik in een ver verleden nog met mijn stiletto’s in de hand mee op een bar van het dorpscafé heb staan dansen. De ironische klok met antieke wijzers in de gang, het uur voor eeuwig op kwart voor twaalf. Alsof de tijd hier is blijven stilstaan sinds ik vertrok.

Ik sta elke keer nog halverwege de drempel van de voordeur van mijn ouderlijk huis te twijfelen, mijn mondhoeken in een scheve plooi. Het lijkt alsof ik mijn sleutels niet mee heb, iets vergeten ben. Een keuze heb. Naar binnen voor de gemoedelijke warmte en rust van thuis, één voet in de wereld, kleurrijk en onvoorspelbaar. Bij het naar buiten gaan, schiet er een venijnige pijnscheut door mijn hart. Alsof ik een mooie relatie beëindig die geen toekomst meer heeft, maar de liefde nog steeds blijft. Het is een keuze waarbij je weet, intuïtief, dat het de beste is voor jezelf. Weggaan doet pijn, maar blijven nog zoveel meer. In nostalgie kan ik niet leven.

De lichtjes van Amsterdam weerspiegelen in de grachten als ik naar huis fiets. Voor ik de sleutel in het slot van de voordeur naar rechts draai, blijf ik nog een seconde luisteren naar de stilte in een stad waar het nooit stil is. De sirene van een ambulance in de verte, een voorbij denderende tram in de straat naast de mijne. Lawaaierige, dronken geluiden uit de kroeg op de hoek en muziek uit de akoestische gitaar van mijn bovenbuur. Het ritme van de stad, waarop ik uit de maat dans. Ik groei, harder en sneller, op een tempo dat ik nooit eerder heb ervaren. Pijn hoeft niet slecht te zijn. Het wil enkel iets tegen je zeggen. Groeipijn.