PROZA: In dialoog

PROZA: In dialoog

Personal -

Conversaties, gesprekken, berichten en emails. We hebben ze allemaal, bewust of onbewust. Van simpele oneliners tot nachtelijk gefluister, van oorverdovend geruzie tot een uiting van kreunend genot. We wisselen taal uit, signalen, emoties. We spreken met onze handen, gebruiken onze mond om de ander te overtreffen in discussies en meningsverschillen. We stellen vragen waarvoor we nietszeggende antwoorden in de plaats verwachten en doen slechts zelden een poging de ander echt te doorgronden. Communicatie, wat is het? Ik schreef er eerder al een column over, maar hier een bloemlezing van wat voor mij wel en geen dialogen zijn.

1. Terwijl ik verveeld met mijn haar speel, luister ik met een half oor naar een oppervlakkige conversatie over bergen geld en hoe hard dat kan rollen. Luidop lachend vertelt hij over avonturen in andere exotische landen, de mooiste hotels die meer sterren tellen dan de hemel rijk is en hoe gevuld zijn maag wel niet was met de duurste oesters uit dat Gault Millau restaurant. Hij tracht mij te imponeren met zijn uitgebreide keuzemenu aan peperdure auto's, die mij eerder nostalgisch doet hunkeren naar het gemak van een simpele Citroën dan het protserige m'as tu vu van een Porsche cabriolet in Knokke. Zijn mond beweegt op snel tempo verder maar ik hoor hem niet meer. Mijn vleselijke lust in hem slaat om in trek in nicotine en terwijl ik mijn sigaret naar mijn lippen toe beweeg, sta ik op uit zijn veel te kleine éénpersoonsbed. Ik rits mijn jurk dicht, vertrek en ik vraag me nu nog steeds af of hij de deur wel heeft horen dichtslaan.

2. De brief in mijn hand trilt nog na van de weerzin die ik voelde terwijl ik hem las. De letters lachen me uit, dansend als dierlijke demonen en ik stamel een dankwoord dat ik eigenlijk niet meen. Mijn hart doet pijn in zijn plaats, zijn tranen springen in mijn ogen als ik besef hoezeer ik zwart zie van leugens. Hij verhaalde het zo verblindend mooi, speelde met prinsessenwoorden, prins op witte paard-en en er was geen enkele witte wolk aan de horizon te zien in het sprookje dat hij zo zorgvuldig voor me neerpende. Mijn ontroerd glimlachend masker voelt beklemmend aan op mijn verkrampte gezicht en ik wens dat hij weggaat. In zijn poging tot liefdesbrief creëerde hij een wereld zonder kwaad, zonder messcherpe doornen, zonder alles verwoestende stormen. Hij heeft het niet geweten, dat zijn goed bedoelde woorden mij tot waanzin drijven. Ik had het nog zo willen uitschreeuwen, dat ik zielsveel hou van hevig onweer en ik had hem willen smeken om meer horror in zijn zinnen, dat ik hoop op speldenprikkende pijn en grote grijze wolken waaruit diep verdriet kan vallen. Maar ik zei niets, hield mijn handen voor mijn mond en kuste hem gedag. Uiteraard deed hij de deur voor me toe, waarna ik ze zacht achter me sloot.

3. Hij laat de rook uit zijn mond kringelen als een sierlijk signaal voor de knipoog die ik in zijn woorden vind. Ik vertel hem, zonder te praten, over hoe ik mijzelf verloor. Dat ik dacht dat ik slechts chaos was, en ik denk terwijl ik praat, ik praat terwijl ik denk. Hij gebaart terug, enthousiast en kalm op hetzelfde moment en ik lees de passie in zijn ogen. Hij tikt snel met zijn voet heen en weer, waaruit ik weet dat ik geen eenzaat ben in een zwaluwvluchtige zenuwachtigheid. Ik trek met mijn mond omdat de angst zich een weg naar boven baant en reik naar zijn hand, die hij zonder aarzelen in demijne legt. Onder invloed van zijn aanwezigheid leg ik stukjes en beetjes van mijn puzzel bloot en mijn ziel glijdt zo makkelijk als warme boter over mijn tong. Als zijn lippen die van mij ontmoeten wist hij in een eindeloze seconde alle nare gedachten die ik ooit had. Hij verrast me, schenkt me woordeloze toespraken vol leeuwenmoed en zeemzoete zekerheid die hij zonder het te weten in mijn hoofd neervlijt. Ik ga mee, ik wil mee, in zijn dialoog. En dit maal is er geen deur die ik wens te sluiten.